Tag(s):
Extern, Tag(s):Mens
Werkvoorbereider Wilco Moes zit helemaal op zijn plek op één van de meest dynamische waterbouwprojecten van Nederland: de verbreding van het Yangtzekanaal in het Rotterdamse havengebied. “Het is hier nooit saai. Als je houdt van complexe projecten en samenwerken met de uitvoering, zit je hier helemaal goed.”
Werkvoorbereider Wilco Moes zit helemaal op zijn plek op één van de meest dynamische waterbouwprojecten van Nederland: de verbreding van het Yangtzekanaal in het Rotterdamse havengebied. “Het is hier nooit saai. Als je houdt van complexe projecten en samenwerken met de uitvoering, zit je hier helemaal goed.”
Moes volgde de hbo-opleiding civiele techniek in Zwolle en begon zijn loopbaan bij BAM Rail. Daar werkte hij aan spoorprojecten die vaak ’s nachts en onder hoge tijdsdruk werden uitgevoerd. “Dat vroeg om mooi teamwork.” Toch merkte hij dat hij op zoek was naar meer regelmaat en vrijheid. Dat vond hij in de waterbouw. “Ik wilde graag meer buiten werken aan projecten die je letterlijk ziet groeien.” Toen Moes bij Van Oord solliciteerde, viel alles op zijn plek. Hij startte direct als technisch werkvoorbereider op de Amaliahaven, een project dat diepe indruk op hem maakte. “Een jaar eerder was het hier nog zee. Nu ligt er een compleet havengebied. Dat blijft bijzonder.” Daarnaast werkte Moes onder meer aan contractwijzigingen voor landaanwinningsprojecten en voorstellen voor onderhoudswerkzaamheden.
Bouwen terwijl alles doorgaat
Toen de werkzaamheden aan de Amaliahaven waren afgerond, werd Moes werkvoorbereider voor het project Yangtzekanaal, middenin het drukbevaren havengebied van Rotterdam. Van Oord is verantwoordelijk voor het baggerwerk, terwijl Hakkers en De Klerk het civiele deel uitvoeren. In maart 2026 starten de baggerwerkzaamheden.
Het project is omvangrijk: zo wordt er 500 meter kademuur gebouwd, goed voor twaalf ligplaatsen voor sleepboten. Daarnaast worden bestaande kust- en oeverbeschermingen vervangen en circa 800.000 kuub zand en klei gebaggerd voor de kanaalverbreding. “En dat alles terwijl de omliggende terminals bereikbaar moeten blijven en de scheepvaart gewoon doorgaat. De grootste uitdaging is bouwen in operationeel gebied. We doen er alles aan om de hinder tot een minimum te beperken.”
Essentiële interactie
Als werkvoorbereider is Moes continu bezig met het vertalen van plannen naar de praktijk. “Wij zetten iets op papier wat de opdrachtgever accepteert, maar ook écht uitvoerbaar is. En ja, in de praktijk verandert zo’n plan soms nog. Dat hoort erbij. Juist die wisselwerking vind ik mooi. Wat mijn werk typeert? De korte lijnen met de uitvoering. Juist die interactie met collega’s op de kraan en schepen is cruciaal. Je krijgt een beter beeld van de uitdagingen die ze tegenkomen in de praktijk.”
Een technisch hoogtepunt – en tegelijk een flinke uitdaging – was de installatie van een combiwand. “In eerste instantie werkten we met een traditionele methode met heihamer en trilblok. Maar vanwege trillingen en zettingen kozen we in overleg met Havenbedrijf Rotterdam voor plaatsing in een cement-bentonietsleuf.”
Minder uitstoot en hergebruik bagger
Duurzaamheid speelt een grote rol in het project. “Met onze bouwmethode reduceren we de uitstoot op de bouwplaats met meer dan 80 procent. Dat doen we door inzet van elektrisch materieel en biobrandstoffen waar volledig elektrisch nog niet mogelijk is. Ook de bouwlogistiek is slim ingericht, zodat transportbewegingen beperkt blijven. Bovendien wordt van de 800.000 kuub die we baggeren, ongeveer 700.000 kuub hergebruikt op de Maasvlakte.”
Het allermooiste vindt Moes dat hij later kan terugkomen en ziet: “Hier hebben wij het landschap gevormd, door land weg te halen én nieuw land te maken. Dat is precies waarom ik werken in de waterbouw zo mooi vind.”